top of page

Wil je mijn onregelmatige nieuwsbrief ontvangen?

Lees hier het volledige regeerakkoord van het Brussels gewest

1. Inleiding


Brussel straalt creativiteit, dynamiek en diversiteit uit. Het is een innoverende stad met een rijke geschiedenis die fungeert als kruispunt waar culturen, ideeën en talenten van over de hele wereld met elkaar in aanraking komen. Haar unieke architecturale erfgoed, strategische ligging, internationale instellingen, gerenommeerde universiteiten, erkende ambachtslieden en toegewijde verenigingen zijn een voor een troeven die deze stad haar kracht geven en aantrekkelijk maken. We mogen trots zijn op ons rijke culturele leven, onze bruisende wijken en de openheid die elke Brusselaar typeert.


Ondanks het feit dat het voor een reeks uitdagingen staat die dringend moeten worden aangepakt, heeft het Brussels Gewest zonet de langste institutionele crisis uit zijn geschiedenis achter de rug. De nieuwe meerderheid is het op basis van een ernstige begroting eens geworden om een nieuwe constructieve en coherente dynamiek voor het Brussels Gewest op gang te brengen. De zeven politieke partijen hebben zich verenigd rond een project dat beantwoordt aan de verwachtingen op het gebied van begroting, economie, werkgelegenheid, huisvesting, de bestrijding van armoede, veiligheid, mobiliteit, de strijd tegen de klimaatverandering, milieubescherming, gezondheid en netheid.


De meerderheid is zich bewust van de hoogdringende problemen en van het feit dat er sinds de verkiezingen van 9 juni 2024 al veel tijd verstreken is en heeft een akkoord bereikt over een gewestelijke beleidsverklaring die focust op de grootste beleidswerven van het gewest. Het is onze ambitie om een concreet beleid te voeren, dat zichtbare veranderingen oplevert voor de Brusselaars.


2. Een begroting onder controle ter ondersteuning van de ambities van het gewest en een duidelijk bestuurskader


Aangezien het hoognodig is, verbindt de regering zich ertoe de begroting tegen 2029 opnieuw in evenwicht te brengen op basis van een geloofwaardig meerjarentraject dat ervoor moet zorgen dat het gewest financieel autonoom blijft en de middelen behoudt om een ambitieus beleid te voeren ten dienste van het gewest. Tachtig procent van de vereiste inspanningen zal worden geleverd door de uitgaven structureel onder controle te houden en hervormingen door te voeren die tot doel hebben om de overheid te rationaliseren en efficiënter te maken. De overige twintig procent zal afkomstig zijn van het optimaliseren van de fiscale inkomsten. Het traject wordt toegespitst op structurele maatregelen en een nauwgezette follow-up van de uitvoering daarvan. De vastgestelde hervormingen en maatregelen zullen zo spoedig mogelijk worden geïmplementeerd om snel resultaten te boeken. Met het oog daarop zal de regering een monitoringcomité in het leven roepen, dat de opdracht krijgt om de begrotingsuitvoering (ontvangsten en uitgaven) in het licht van de door de regering bepaalde doelstellingen op te volgen, te objectiveren en regelmatig te onderzoeken. Het comité dient te anticiperen op de risico’s van financiële ontsporingen, meerjarige begrotingsprognoses te maken en updateverslagen voor de regering op te stellen.


Voorts zal de regering financieringsinstrumenten inzetten om haar schuldpositie te verstevigen en de schulden tijdens de regeerperiode met niet meer dan drie miljard euro extra laten stijgen. Dat schuldplafond omvat een ESR-begrotingsimpact van twee miljard euro en één miljard euro voor strategische participaties in investeringen en deelnemingen (verrichtingen die vallen onder code 8).


De regering zal de aanbevelingen van het Rekenhof om de financiële en budgettaire transparantie te vergroten in de praktijk brengen en alles in het werk stellen om, indien mogelijk, vanaf 2026 een advies zonder voorbehoud over de rekeningen te verkrijgen.


Elk nieuw beleidsinitiatief dient te worden ingepast in het vastgestelde begrotingstraject. Op het gebied van bestuur wordt het primaat van de politiek bevestigd. De leden van de regering verbinden zich ertoe de stedenbouwkundige dossiers te presenteren en als college te debatteren en te beslissen over overheidsopdrachten, gunningsdossiers en belangrijke contractuele verbintenissen. Die werkwijze moet zorgen voor meer transparantie en moet de regering toelaten om het uitvoeringsproces aan te sturen en nauwgezet op te volgen. Voorts zal vanaf 2027 de Be Home-premie worden verdubbeld, waardoor de onroerende voorheffing voor de Brusselaars die een eigen woning bewonen, zal dalen.


Vanaf 2028 zal de personenbelasting voor alle Brusselaars met één procent verlaagd worden.


Tot slot zal in 2029, in verhouding tot de beschikbare middelen, het plafond om in aanmerking te komen voor het abbatement op de registratierechten worden verhoogd van 600.000 naar 800.000 euro. Dat zal gebeuren met een gesloten en volledig gecompenseerde enveloppe van 100 miljoen euro. Het gewest zal het moratorium op de aanwerving van gewestelijk personeel, behalve voor operationele functies, behouden.


Alleen in 2026 zal het moratorium gelden voor de aanwerving van zowel operationeel als niet-operationeel personeel. De begrotingsmatige aanpak van de strengere regeling voor 2026 mag niet leiden tot ontslagen.


3. Een vlottere mobiliteit die bevorderlijk is voor de ontwikkeling


Mobiliteit is een cruciale factor voor de levenskwaliteit en de economische bedrijvigheid. Wij pleiten voor een veiligere, vlottere, properdere, snellere, toegankelijkere en efficiëntere mobiliteit van alle vormen van mobiliteit die mee zorgt voor een harmonieuze leefomgeving en kwaliteitsvolle openbare ruimten en bevorderlijk is voor de aantrekkingskracht en de economische ontwikkeling van het gewest. Daarom zal de regering de geplande evaluatie van het Gewestelijk Mobiliteitsplan (GMP) uitvoeren. Op basis van de lessen die daaruit getrokken worden, zal een nieuw Gewestelijk Mobiliteitsplan worden opgesteld als opvolger van het Good Moveplan.


De regering zal voortbouwen op het werk van de voorbije jaren om een nieuwe benadering uit te stippelen die erop gericht is de verkeersveiligheid, de modal shift, de levenskwaliteit, de gezondheid en de vlotte verkeersdoorstroming te verbeteren om te vermijden dat het verkeer zou verschuiven naar bepaalde plaatsen en dat het gewest zou inboeten aan economische aantrekkingskracht. Het is ook de bedoeling om de Vision Zero en het STOP-principe te versterken.


De nieuwe circulatieplannen zullen kleinere perimeters hanteren die afgestemd zijn op de sociaaleconomische realiteit, en die zullen vertrekken vanuit schoolomgevingen als centrale punt. Die strategie zal bovenal berusten op een evenwicht tussen de wijken, waarbij ernaar gestreefd zal worden het juiste compromis te vinden tussen een autoluwe woonomgeving, een vlotte doorstroming voor doorgaand verkeer en economische bereikbaarheid.


De regering zal de nieuwe schoolwijken ondersteunen in nauwe samenwerking met de gemeenten. De regering kiest voor een gemeenschappelijk mobiliteitsbeleid dat rekening houdt met alle vervoerswijzen (voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en auto’s).


Bij het opstellen van een nieuw mobiliteitsplan zal de burgerparticipatie worden versterkt door de inwoners van een betrokken perimeter op een representatieve wijze te raadplegen, naast het advies van de hulpdiensten. Die raadpleging zal steunen op een duidelijke methodologie en kan, desgevallend, de vorm aannemen van een zo ruim mogelijke lokale raadpleging.


De regering zal nauwgezet de hiërarchie van het STOP-principe toepassen: absolute prioriteit voor de voetgangers en fietsers, en dan een doeltreffend openbaarvervoeraanbod. Het persoonlijke motorvoertuig vormt een aanvulling op die prioritaire vervoerswijzen, wat moet leiden tot een rationele mobiliteit in een verkeersluwe openbare ruimte.


De regering verbindt zich ertoe het aanbod van de MIVB op peil te houden.


De regering zal het gewestelijke verkeersveiligheidsplan verder uitvoeren. Samen met de politiezones zal nadrukkelijk aandacht uitgaan naar het veiliger maken van ongevalgevoelige zones, schoolomgevingen en de gerichte bewustmaking van het publiek (drugs en alcohol, te snel rijden, afgeleid zijn tijdens het rijden enzovoort).


De regering zal de LEZ toepassen met inachtneming van het finaliteits- en proportionaliteitsbeginsel, op basis van een kader met duidelijke en afgebakende uitzonderingen, teneinde de sociale, economische en ecologische gevolgen ervan met elkaar in evenwicht te brengen. Zo zullen er uitzonderingen voor bepaalde beroepscategorieën worden voorzien, maar ook voor de meest kwetsbare bevolkingsgroepen, mits zij duidelijk bepaald zijn en zij geïdentificeerd kunnen worden aan de hand van een authentieke bron. De sanctieregeling zal worden aangepast om onevenredige boetes te vermijden en het maatschappelijke draagvlak voor de LEZ te versterken door met name een jaarlijks geïndexeerde jaarpas van 350 euro, een sociaal tarief van 200 euro en een maandelijkse boete van 80 euro in te voeren. Voor de uitzonderingen zullen de administratieve lasten tot een minimum worden beperkt.


Een nieuw meerjarig investeringsplan voor de MIVB zal worden afgestemd op het door de regering vastgestelde meerjarige begrotingstraject. Daarbij zal de regering kiezen voor de volgende scenario’s:

— Wat de investeringen in de metro betreft:

— Voor de verbinding tussen Albert en het Noordstation zal de regering de infrastructuurwerken aan de tunnels ter hoogte van Grondwet in de buurt van het Zuidstation binnen een financieel haalbare termijn verderzetten, zodat deze gebruikt kunnen worden door de tram in plaats van door de oorspronkelijk geplande metro. De ingebruikname van deze nieuwe tunnel moet een einde helpen maken aan de flessenhals ter hoogte van Lemonnier. Deze maatregel moet zorgen voor een vlotter en veiliger verkeer en tegelijk de nodige capaciteit bieden voor de latere uitrol van een bijkomende lijn. Daarnaast zullen we proportionele bovengrondse oplossingen onderzoeken om het tramaanbod voor de verbinding tussen Evere en de Noordwijk en in de Zuidwijk te versterken.

— De uitbreiding van metrolijn 3 tussen het Noordstation en Bordet, inclusief het achterstation aan het Noordstation, wordt volledig opgeschort. Het project zal grondig worden geherevalueerd, zowel wat betreft de wenselijkheid als de technische en financiële haalbaarheid ervan.

— Om veiligheidsredenen zal de vernieuwing van het rollend materieel voor de tram worden voortgezet in een financieel haalbaar tempo.

— Verschillende technische projecten zullen om budgettaire redenen moeten worden uitgesteld.

— De regering bevestigt de aanleg van de tramlijn Tour & Taxis. Met betrekking tot investeringen in het busnetwerk zal de planning van bepaalde bestellingen worden aangepast om een duurzaam begrotingsbeheer te waarborgen.


De regering zal de kwalitatieve herinrichting van de gewestwegen en de openbare ruimte versterken door de modal shift te bevorderen, de verkeersveiligheid te versterken, te vergroenen en de openbare ruimte te herbestemmen en te beveiligen ten voordele van de levenskwaliteit, zonder de economische aantrekkelijkheid van het gewest hierbij uit het oog te verliezen. Hiervoor wordt een extra jaarlijks budget van 40 miljoen euro uitgetrokken. Betonblokken die niet essentieel zijn voor de onmiddellijke veiligheid van de gebruikers zullen geleidelijk worden vervangen. In overleg met de lokale overheden zullen deze worden vervangen door groene, mobiele en aanpasbare voorzieningen (zoals plantenbakken en modulaire elementen), voor meer flexibiliteit en een betere kwaliteit van de openbare ruimte.


De complementariteit van het gewestelijke openbaarvervoersaanbod met het treinaanbod in Brussel en de rand (het S-aanbod) zal in overleg met de federale overheid worden versterkt. In dit verband zal het gewest de NMBS vragen om te streven naar een minimale frequentie van 4 treinen per uur op elk station van het voorstadsnet. Vanaf 2027 zal het gewest toewerken naar een tweede jaarlijkse autoloze zondag op de zondag van de week van het Irisfeest.


De regering zal het parkeren buiten de openbare weg blijven stimuleren, het parkeren voor actieve en gedeelde vervoerswijzen (waaronder taxi’s en autocars) blijven vergemakkelijken en blijven inspelen op de specifieke behoeften van personen met een handicap. Er zal ook een dynamischer parkeerbeleid worden gevoerd, met name in handelswijken. De harmonisatie van de parkeertarieven zal worden aangemoedigd. Het gewest zal ernaar toewerken om de criteria voor professionele parkeerkaarten uit te bereiden voor de inwoners van Brussel.


De regering zal zich in de dynamiek inschrijven van Vlaanderen en Wallonië om een geharmoniseerd wegenvignet in te voeren. Deze samenwerking kan echter alleen worden verwezenlijkt als de belangen van Brussel strikt worden gerespecteerd: we zullen een eerlijke financiële verdeelsleutel eisen. Om dit mobiliteitsbeleid uit te voeren, moet enerzijds een duidelijke visie worden ontwikkeld op het gebied van deelmobiliteit (openbaar vervoer, autodelen, betaald personenvervoer, carpooling) en anderzijds een visie op het gebied van actieve mobiliteit (wandelen, fietsen, enzovoort). Daarnaast moet ook een analyse worden gemaakt van de ontwikkeling van de infrastructuur, met name van tunnels en fietspaden.


De regering zal tijdens de zittingsperiode een “Light and Safe”-zone (LISA) invoeren, waarbij de zwaarste personenwagens geleidelijk aan worden geweerd van haar grondgebied, volgens een nog vast te stellen tijdschema.


Op basis van de ervaringen van andere gewesten en rekening houdend met bezorgdheden op het vlak van verkeersveiligheid, zou de periodieke controle van motorvoertuigen net als in de twee andere gewesten om de twee jaar kunnen plaatsvinden.


Gelet op de huidige staat van de tunnels en de uitdagingen op het vlak van verkeersdoorstroming, gebruik van de openbare ruimte en budgettaire middelen, zullen nieuwe meerjarige investeringsplannen van Brussel Mobiliteit voor de tunnels, bruggen en viaducten de noodzakelijke werkzaamheden aan deze bouwwerken concreet vormgeven.


Het gebruik van de fiets zal verder worden gestimuleerd en de daarvoor noodzakelijke ontwikkeling van kwaliteitsvolle infrastructuur zal worden voortgezet met prioritaire aandacht voor de verkeersveiligheid.


Een betere coördinatie tussen de verschillende spelers op het vlak van mobiliteit is essentieel, in het bijzonder met betrekking tot bouwwerven.


4. Administratieve en institutionele vereenvoudiging als sleutel tot een doeltreffend overheidsbeleid


De versterking van de coördinatie en de vereenvoudiging van de structuren die het overheidsbeleid uitvoeren zijn essentiële hefbomen om de efficiëntie en de duidelijkheid voor de burgers te verbeteren. Door een duidelijkere organisatie van de bevoegdheden, een betere afstemming tussen de organen en een betere samenwerking tussen de institutionele niveaus, wordt het gemakkelijker om het overheidsbeleid te begrijpen en te weten wie bevoegd is. Een dergelijke dynamiek draagt bij tot meer administratieve efficiëntie, duidelijkere verantwoordelijkheden, meer transparantie en meer vertrouwen van de burgers in het overheidsbeleid. Daarom wordt voorgesteld om het Brusselse overheidsapparaat te herorganiseren rond vier hoofdpijlers, waaronder een transversale gewestelijke ondersteuningsdienst.


4.1. Pijler 1 - Gewestelijke Ondersteuningsdienst: Brussel Transversaliteit


Deze transversale gewestelijke ondersteuningsdienst zal instaan voor het bundelen en optimaliseren van de ondersteunende taken die van essentieel belang zijn voor alle andere pijlers.


Binnen deze dienst zullen de volgende entiteiten worden samengebracht:

— De HR-dienst van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel (GOB);

— Brussel Financiën en Begroting;

— Brussel ConnectIT;

— Paradigm;

— de Grondregie van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel (Facilities)

— het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA);

— Brussel Fiscaliteit, met inbegrip van het operationeel beheer van de LEZ-systemen, de ANPR-camera’s en de

kilometerheffing voor vrachtwagens;


4.2. Pijler 2 – Gewestelijke Overheidsdienst Brussel (organieke opdrachten)


Deze pijler bestaat uit de verschillende directies van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel (GOB) en zal alle zogeheten organieke opdrachten beheren die momenteel verdeeld zijn over verschillende onafhankelijke entiteiten.


De GOB zal concreet bestaan uit:

— Brussels International, waaronder ook het Commissariaat voor Europa en de Internationale Organisaties zal vallen;

— Brussel Mobiliteit, waarvan de administratie behouden blijft, zonder de operationele diensten Build, Maintain en de directie Infrastructuur van het Openbaar Vervoer (DIOV);

— Brussel Economie, dat het economische luik van de vroegere directie Economie en Werkgelegenheid zal omvatten;

— Brussel Werkgelegenheid, dat het luik met betrekking tot werkgelegenheid van de vroegere directie Economie en Werkgelegenheid zal omvatten. De regering zal ook onderzoeken of het wenselijk is om Actiris in deze structuur te integreren;

— Brussel Plaatselijke Besturen, waarvan de structuur ongewijzigd blijft;

— Brussel Huisvesting, dat ook homegrade.brussels zal omvatten;

— Leefmilieu Brussel, waarvan de administratie behouden blijft, zonder de operationele afdelingen die belast zijn met de parken en groene ruimten, en dat het luik landbouw van de vroegere directie Economie en Werkgelegenheid zal omvatten;

— Brussel Stedenbouw, ontstaan uit de fusie van perspective.brussels (stadsplanning) en urban.brussels, dat ook de bevoegdheid van de milieuvergunningen zal overnemen van Leefmilieu Brussel;

safe.brussels, dat onder meer verantwoordelijk zal zijn voor wapenvergunningen.


4.3. Pijler 3 – infrastructure.brussels (naamloze vennootschap van publiek recht voor de operationele diensten)


Het doel is om de operationele overheidsdiensten meer autonomie te geven en samen te brengen in een nieuwe structuur, van het type nv van publiek recht, voor wat betreft de openbare infrastructuur.


Concreet zal deze nieuwe nv de volgende diensten omvatten:

— De diensten Build, Maintain en DIOV van Brussel Mobiliteit;

— De infrastructuur van de Haven van Brussel (zonder de economische concessies);

— De operationele diensten van Leefmilieu Brussel (beheer en aanleg van parken en groene ruimten);


4.4. Pijler 4 – Coördinatie tussen entiteiten


Het grondbeheer zal worden gecoördineerd via een platform dat de synergieën tussen de volgende structuren

verbetert:

— de Grondregie van de GOB (Facilities);

— de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (MSI);

— de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM);

— het beheer van de concessies en gronden van de Haven van Brussel;

— het Woningfonds. In het kader van de administratieve en institutionele vereenvoudiging zullen de leidende ambtenaren hun verantwoordelijkheden voor zover mogelijk gezamenlijk uitvoeren.


De regering zal de prioriteit van de verschillende fusies bepalen op basis van zowel de snelheid van de uitvoering als de verwachte besparingen.


In 2026 ligt de prioriteit bij de invoering van pijlers 1 en 2 om zoveel mogelijk synergieën te creëren en besparingen te realiseren in de ondersteunende diensten.


Binnen pijler 2 vinden de fusies bij voorkeur plaats in de volgende volgorde:

— Brussel Stedenbouw

— Brussels International

— Brussel Economie

— Brussel Werkgelegenheid


Vanaf 2027 gaat de hervorming van pijler 3 van start.


De huidige besprekingen over een gewestelijke invorderingsdienst zullen worden voortgezet met het oog op een efficiëntere en samenhangendere invordering van onbetaalde schulden. De betrokken ministers zullen tegen eind 2026 een voorstel indienen bij de regering. Deze hervorming van het openbaar bestuur en het ambtenarenapparaat zal worden doorgevoerd met respect voor het sociaal overleg.


De partners zullen een echte prioriteitenstrategie uitwerken voor projecten en opdrachten, in lijn met de vastgelegde begrotingsbedragen, en tegelijk een evaluatiecultuur voor het overheidsbeleid ontwikkelen, in nauwe samenwerking met de verschillende administraties en openbare diensten. De administratieve vereenvoudiging moet tastbare voordelen opleveren voor burgers, bedrijven en ondernemers: minder papierwerk en afschaffing van onnodige of overbodige procedures, in lijn met de principes «Only once» en «Ruling».


Er komt een speciale website waarop burgers nodeloos lange of complexe procedures kunnen melden. Daarnaast wordt het principe van het recht op vergissing ingevoerd. Voor de administratieve werking van de OCMW’s wordt gestreefd naar meer harmonisatie. Er wordt versterkt ingezet op het unieke dossier, dat de opvolging moet vereenvoudigen en de kwaliteit van de dienstverlening moet verbeteren.


Met het oog op een betere dienstverlening aan de bevolking zal de regering, in overleg met de gemeenten, nadenken over de overheveling van opdrachten tussen lokale en gewestelijke overheden, om voor elke bevoegdheid te bepalen welk bestuursniveau het meest aangewezen is. In het licht van de lessen die uit de crisis rond de regeringsvorming zijn getrokken, wordt bij de start van de gewestregering bovendien een bestuursproject opgestart om institutionele hervormingen voor te stellen.


De regering engageert zich tot een nauwe samenwerking tussen de gewestelijke en gemeentelijke instellingen. Tot slot krijgen de Brusselaars eenmaal per jaar de mogelijkheid om zich uit te spreken over belangrijke maatschappelijke thema’s via de gemengde overlegcommissies van het Brussels Parlement.


De regering blijft regelmatig, constructief en positief in dialoog gaan met de 19 gemeenten over alle dossiers die een lokale impact hebben. Elke minister zal erop toezien dat de gemeentelijke overheden op regelmatige basis worden uitgenodigd om van gedachten te wisselen over thema’s die een lokale impact hebben.


5. Meer Brusselaars aan het werk in kwaliteitsvolle jobs


Werk is een hefboom voor sociale emancipatie en een belangrijke bron van persoonlijke ontwikkeling en welzijn. Kwaliteitsvolle tewerkstelling vormt bovendien de beste bescherming tegen armoede. Als economische motor van België beschikt het Brussels Gewest over een aanzienlijke tewerkstellingspool.


Volgens Actiris telde het gewest eind januari 2025, ondanks een aantal opportuniteiten, 98.458 niet-werkende werkzoekenden. De uitdaging van deze regeerperiode zal erin bestaan de begeleiding en inschakeling van Brusselaars op de arbeidsmarkt te versterken, in de eerste plaats binnen het gewest zelf, maar ook in de twee andere gewesten. De strategie voor economische ontwikkeling van het gewest moet beter afgestemd zijn op de behoeften van de bestaande en opkomende sectoren in Brussel en het opleidingsbeleid. De regering streeft naar een tewerkstellingsgraad van 70% in 2030, wat een significante verbetering zou betekenen ten opzichte van de huidige ramingen van het Planbureau.


Om deze uitdagingen aan te pakken, stelt de regering zich tot doel om in de praktijk een versterkte en omkaderde begeleiding te garanderen voor elke werkzoekende (in het bijzonder jongeren) vanaf de eerste maand, Daarbij wordt telkens een concrete oplossing voorgesteld in de vorm van werk, een stage of opleiding, met bijzondere aandacht voor eventuele drempels richting opleiding en knelpuntberoepen, in overleg met alle betrokken actoren.


De regering zal de begeleidingstermijnen verkorten (van 5 naar 3 maanden en van 12 naar 6 maanden) en deze begeleiding systematisch organiseren gedurende het hele traject.


In het kader van de competentiebalans wordt een verplichte taaltest in één van de twee talen van het gewest ingevoerd. Bij een onvoldoende resultaat zal de werkzoekende taallessen moeten volgen.


Om het doel om mensen weer aan het werk te krijgen te realiseren, zal een grote meerderheid van het personeel van Actiris worden ingezet voor de begeleiding van werkzoekenden.


De regering zal een kader invoeren voor een versterkte samenwerking tussen alle actoren op het vlak van werkgelegenheid en daaraan gekoppelde sociale ondersteuning (Actiris, PWA’s, OCMW’s, werkgelegenheidscentra en VDAB) — in het bijzonder voor de eerstelijnsopvang. Doel is de begeleiding te optimaliseren via een versterkt uniek dossier, dat alle partners in staat stelt om beter samen te werken en om materiële middelen en personeel te bundelen. De minister van Werk zal de betrokken actoren daarvoor samenbrengen. De regering zal erop toezien dat het begrip “passend werk” effectief wordt gerespecteerd. Ze zal de goedkeuring van geharmoniseerde richtlijnen tussen de OCMW’s over hun samenwerking met Actiris op het vlak van begeleiding van werkzoekenden ondersteunen. Zij zal de Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschappen (PWA) hervormen om ervoor te zorgen dat het aantal mensen dat voor de regeling in aanmerking komt, op peil blijft en om de doelgroep te verbreden, met name ten voordele van de gemeenten.


Daarnaast zal de regering de instrumenten voor tewerkstelling, opleiding, begeleiding en mentorschap hervormen, zodat ze efficiënter kunnen worden ingezet en onderling beter op elkaar zijn afgestemd. Daarbij gaat bijzondere aandacht naar knelpuntberoepen, onder meer in de horeca, de non-profitsector, de gezondheidszorg, de thuiszorg, de verkoop, de bouw en renovatie, de digitale sector en de culturele en creatieve industrie. Vanuit sociaal oogpunt is het essentieel dat mensen met een langdurige arbeidsongeschiktheid die medisch geschikt zijn om het werk te hervatten, snel een terugkeertraject op maat kunnen krijgen via Actiris. De regering streeft daarom naar een aanzienlijke toename van het aantal terugkeer-naar-werk trajecten om een begeleiding op maat en met tastbare resultaten te verzekeren. Ook voor personen die het verst van de arbeidsmarkt verwijderd zijn, zal binnen Actiris een aangepast begeleidingstraject worden aangeboden, eventueel aangevuld met opleidingen richting knelpuntberoepen.


De regering zal erop toezien dat het opleidings- en begeleidingsaanbod van Actiris is afgestemd op de reële behoeften van de arbeidsmarkt, met het oog op een efficiënte en duurzame professionele inschakeling. In deze context zal de regering nauwer samenwerken met de regering van de Franse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschap om de erkenning van de gelijkwaardigheid van diploma’s te verbeteren.


Tot slot is het belangrijk om, op basis van prestaties en resultaten, de impact van partnerschappen — als doeltreffende instrumenten voor arbeidsinschakeling — beter te ijken en te optimaliseren. In het licht van die verbintenis zal de regering inzetten op verplichte opleiding voor werkzoekenden, met een uitbreiding van het aanbod taallessen. De regering zal het GECO-systeem monitoren en evalueren om het beter af te stemmen op de behoeften van de verschillende sectoren en structuren. Daarnaast wordt de evaluatie en herziening van de tewerkstellingsmaatregelen voortgezet, met het oog op vereenvoudiging en grotere doeltreffendheid.


De regering zal het beleid rond duaal leren versterken en uitbreiden naar alle opleidingsrichtingen, met een duidelijke afbakening van het landschap en een betere coördinatie, ongeacht de doelgroep.


De samenwerking tussen Actiris, FOREM en de VDAB moet structureel worden versterkt zodat de Brusselse werkzoekenden gemakkelijker toegang krijgen tot jobkansen in de Vlaamse en Waalse rand. Daarbij wordt een concrete, becijferde ambitie vastgelegd.


In het kader van het nieuwe begeleidings- en controlesysteem wordt het evaluatiecollege afgeschaft. Wanneer echter een sanctie wordt opgelegd aan een werkzoekende omdat hij de beschikbaarheidsverplichting niet heeft nageleefd, behoudt die het recht om binnen vijf werkdagen na kennisgeving van de beslissing alle relevante bewijsstukken in te dienen om de gegrondheid van de sanctie aan te vechten. Deze elementen zullen worden onderzocht door de dienst die instaat voor de beschikbaarheidscontroles en die zal oordelen of de sanctie behouden blijft, dan wel wordt geannuleerd. De mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij het paritaire beroepscomité blijft bestaan. Dat beroep heeft opschortende werking: zolang het paritair comité geen beslissing heeft genomen, kan geen enkele sanctie worden toegepast. In het kader van dat beroep moet de werkzoekende zich kunnen laten bijstaan door een advocaat of door een afgevaardigde van een werknemersorganisatie die een erkende betalingsinstelling heeft opgericht. Tot slot wordt een regelmatige monitoring van het begeleidings- en controlesysteem opgezet, met bijzondere aandacht voor de opvolging van het versterkte unieke dossier door de arbeidsconsulenten van Actiris en de partners. Doel is te garanderen dat het systeem correct functioneert en, waar nodig, de interne processen bij te sturen.


De strijd tegen discriminatie bij aanwerving maakt deel uit van de prioriteiten van de regering. Die vertaalt zich in concrete acties in zowel de overheidssector als de privésector, ondersteund door een objectief en effectief controlesysteem, onder meer door de opdrachten van de gewestelijke inspectie te versterken en door de tewerkstelling van personen met een handicap of een chronische aandoening te stimuleren.


6. Degelijke en betaalbare huisvesting voor alle Brusselaars - een efficiënter stedenbouwkundig beleid


6.1. Huisvesting


Het recht op huisvesting is vastgelegd in de Grondwet. Door de bevolkingsgroei, de internationale status van het gewest en de huidige toestand op de huurmarkt tekent zich in Brussel een behoefte aan betaalbare kwaliteitsvolle woningen die nog niet is ingevuld. Die behoefte is er zowel voor gezinnen met een laag inkomen als voor gezinnen uit de middenklasse. Het doel moet zijn om armoede - en het risico op armoede - terug te dringen en de toegang tot huisvesting te verbeteren, zowel voor de meest kansarmen als voor de middenklasse, die het steeds moeilijker krijgt om een degelijke en betaalbare woning te vinden.


Om dat doel te kunnen waarmaken, zal het Noodplan tegen het licht worden gehouden en verfijnd om te bepalen welke maatregelen voortgezet moeten worden om zoveel mogelijk Brusselaars toegang te helpen krijgen tot degelijke en betaalbare huisvesting. We zullen de beschikbare middelen op een goed doordachte en geobjectiveerde manier moeten besteden om zoveel mogelijk gezinnen te hulp te kunnen komen met openbare sociale woningen, huurtoelagen, de socialisering van huurprijzen of innovatieve beleidsinitiatieven om mensen op de sociale ladder te laten klimmen, zoals de splitsing van zakelijke rechten. Er zal bijzondere aandacht uitgaan naar de doorstroming tussen woningen wanneer de gezinsgrootte wijzigt.


Het toegankelijk maken van de huurmarkt - met name via de sociale verhuurkantoren (SVK’s) - en de koopmarkt wordt een speerpunt tijdens deze regeerperiode. Daartoe zal het nodig zijn om de belemmeringen op te heffen die een zo ruim mogelijk woningaanbod in de weg staan (administratieve vereenvoudiging, toekenningstermijnen voor vergunningen enzovoort).


Om de huurmarkt toegankelijker te maken kan in overleg met vertegenwoordigers van de huurders en verhuurders een beleid van vrijwillige conventionering op basis van de referentiehuurprijzen worden ontwikkeld, met nieuwe stimulansen voor de eigenaars die ervoor kiezen om van die regeling gebruik te maken. Dat systeem zal worden geëvalueerd. Ook de strijd tegen huisjesmelkerij zal worden opgevoerd.


Om de bewoners-eigenaars te ondersteunen zal de Be Home-premie worden verdubbeld, waardoor de kost van de onroerende voorheffing zal dalen. Voorts zal het gewest nieuwe innovatieve financiële en wetgevende instrumenten ontwikkelen (leningen tegen een verlaagd tarief of nulrente, revolving funds, leningen in tweede rang, splitsing van zakelijke rechten, samenhuizen, opties, waarborgen enzovoort) om meer mensen de mogelijkheid te geven een woning in eigendom te verwerven. Het gewest zal ook een hervorming van de financiering van de sociale huisvestingssector aanvatten om het voortbestaan ervan te waarborgen.


Op het vlak van sociale huisvesting zal de regering binnen het begrotingskader zorgen voor de renovatie van sociale woningen.


De verbouwing van kantoren tot woningen zal verder worden ondersteund, net als het beleid ter bestrijding van leegstand. Tot slot zal het gewest verder werk maken van instrumenten om transparante statistische gegevens te verkrijgen over de mediane huurprijzen in de verschillende wijken en om een referentiekader vast te stellen op basis waarvan huurprijzen kunnen worden opgespoord die niet op de markt afgestemd zijn, met als doel buitensporige huurprijzen te bestrijden. Het huurprijzenrooster zal worden geëvalueerd.


De strijd tegen ondermaatse huisvesting zal voor de regering een belangrijke beleidsprioriteit zijn, die volledig draait rond het recht op fatsoenlijke huisvesting. Bruss’Help zal, door te putten uit de ervaring van New Samusocial (NSS) als grote gewestelijke operator, over de coördinatie waken van de middelen die worden ingezet in de strijd tegen dakloosheid in het kader van een hervorming van de sector. De optimalisatiewinsten investeren we opnieuw in de strijd tegen dakloosheid.


De regering zal erop toezien dat er preventiebeleid wordt uitgewerkt om te vermijden dat iemand zijn woning verliest, maar ook dat er meer wordt ingezet op nood- en reintegratiebeleid door de spelers beter te coördineren en te operationaliseren. Op het gebied van huisvesting en noodopvang kan onder bepaalde voorwaarden een daadkrachtig beleid worden gevoerd door leegstaande gebouwen tijdelijk te laten gebruiken, in samenspraak met de eigenaars en de gemeenten.


De regering zal er concreet op toezien dat de bestuursregels doeltreffend zijn en indien nodig aanpassen voor de verschillende spelers die bij huisvesting betrokken zijn. De regering zal een dynamiek op gang brengen om meer efficiëntie en synergiën te verwezenlijken.


6.2. Stedenbouw


De evaluatie van de BWRO-hervorming van 2017, die in 2022 plaatsvond, gaf aan dat een grondige en samenhangende herziening van het volledige stedenbouwkundige kader van het gewest (BWRO, GSV, GBP) nodig is om een antwoord te kunnen bieden op de demografische, economische, ecologische en sociale noodsituaties.

De herzieningsprocedure van de GSV wordt voortgezet. Ook zal het BWRO worden hervormd, inzonderheid wat betreft de stedenbouwkundige procedures.


Vanuit stedenbouwkundig oogpunt verbindt de regering zich ertoe om de termijn die nodig is om een stedenbouwkundige vergunning af te leveren tegen het einde van de zittingsperiode te halveren, met een gemiddelde van zes maanden voor de lopende dossiers als doelstelling.


Om voor die doeltreffendheid borg te staan, zal de regering de beslissingen onder de loep nemen die in de andere gewesten genomen zijn om het aantal beroepsprocedures te beperken, om er inspiratie uit te putten indien ze relevant zijn.


Bij haar aantreden zal de regering een plan voor onmiddellijke vereenvoudiging uit de doeken doen om de Brusselse vastgoedmarkt te ontsluiten. Door de voorkeur te geven aan operationele doeltreffendheid boven langgerekte institutionele hervormingen, zal zij op korte termijn alle beschikbare regelgevende en organisatorische hefbomen in gang zetten om de onderzoekstermijnen drastisch in te korten.


Die maatregelen omvatten:

— de uitbreiding van de vrijstellingen: verruiming van handelingen en werken die vrijgesteld zijn van een vergunning (met inbegrip van wegenwerken zonder wijziging van de funderingen) en analyse van de mogelijkheid om in bepaalde gevallen de eis tot overeenstemming met de GSV te schrappen;

— de snellere indiening en controle op volledigheid: geautomatiseerde ontvangstbevestiging via MyPermit en kortere termijn voor de controle op volledigheid van 45 naar 20 dagen, en 30 dagen voor gemengde vergunningen of vergunningsaanvragen met een milieueffectenbeoordeling (met een verbod op kwalitatieve beoordeling in die fase). De administratie zal verplicht zijn om alle ontbrekende documenten slechts één keer op te sommen. De termijn om de volledigheid van het dossier te analyseren naar aanleiding van een bevestiging van onvolledig dossier wordt teruggebracht tot tien dagen. De termijn voor aanvragers om hun aanvraag te vervolledigen, wordt teruggebracht tot drie maanden.

— de rationalisering van projectvergaderingen: plafonnering van het aantal vergaderingen, een verplichte oproepingstermijn van 15 dagen, wijziging van de projectfiche opdat de aanvrager specifieke punten kan opsommen waarop de deelnemers aan de vergadering gecoördineerd en duidelijk dienen te reageren en verplichting om notulen door te geven waaruit een duidelijke consensus blijkt. De overheid is gebonden aan de standpunten die tijdens die vergaderingen worden ingenomen.

— de herinpassing van het advies van de DBDMH in de procedure voor vergunningsaanvragen, waardoor tijd wordt gewonnen.

— een vlotter verloop van de onderzoeken en het overleg: afschaffing van de opschorting van openbare onderzoeken tijdens schoolvakanties en vervanging van de Overlegcommissie door één onderzoek voor enkelvoudige vergunningen. De regering zal het aantal dossiers beperken dat bij die Commissie voor enkelvoudige vergunningen wordt ingediend, op basis van een door de regering vastgestelde lijst.

— het veiligstellen van wijzigingen: strikte definitie van “ingrijpende wijzigingen” om onnodige toename van openbare onderzoeken en adviezen tijdens de procedure te vermijden

— de vermindering en aanpassing van de benodigde documenten, met name door toepassing van hetOnly once”-beginsel op de procedure om vergunningen af te leveren en door het besluit te wijzigen dat de samenstelling bepaalt voor het dossier van een stedenbouwkundige vergunning.

— het via Brugis ter beschikking stellen van een nieuwe functie waarmee het publiek op een omvattende en overzichtelijke manier toegang krijgt tot alle regelgeving die van toepassing is op aanvragen van stedenbouwkundige vergunning voor een perceel of een wijk.

— de afschaffing van het eensluidend advies van de KCML.


De projecten vooraf beveiligen staat centraal in de hervorming. De projectvergaderingen worden aangepast, zodat het mogelijk wordt om bindende termijnen te garanderen, naast duidelijke en coherente standpunten bij de diensten en echte voorspelbaarheid voor de projectdragers. Er komt een voorafgaande verplichte overlegvergadering voor bepaalde projecten om het publiek te betrekken voor er aanvragen worden ingediend, de bezorgdheden van de burgers vroeg op te sporen en ervoor te zorgen dat projecten sneller aanvaard worden. Nieuwe regelgevende instrumenten voor bestemming en volumetrie, die de huidige verkavelingsvergunning zullen vervangen, zullen het mogelijk maken om die doelstelling te halen. Ze zullen het voorkeursinstrument worden.


De hervorming is eveneens gericht op een verduidelijking van de spreiding van de bevoegdheden tussen de gemeenten en het gewest om de autonomie en de verantwoordelijkheid van elk beleidsniveau te verbeteren. Kleinere projecten vallen bij voorkeur onder de bevoegdheid van de gemeenten, terwijl het gewest de grote projecten of projecten met een bovengemeentelijke impact zal behandelen, in het bijzonder de projecten waarbij meerdere gemeenten betrokken zijn.


Wanneer dat vereist is, worden de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning samengevoegd tot een geïntegreerde vergunning. De bevoegde gewestdiensten worden samengevoegd om de dienstverlening efficiënter te maken. De mechanismen voor de beoordeling van de milieueffecten worden herzien om hun relevantie te verhogen, overlappingen te vermijden en een volledige naleving van het Europees kader te garanderen. In dat opzicht zal bijzondere aandacht worden besteed aan het benutten van de bestaande expertise binnen de respectieve administraties, zodat ze niet verloren gaat.


De regering zal een eenmalige bevrijdende stedenbouwkundige aangifte (EBSA) invoeren, die een aanzienlijke uitbreiding zal inhouden van het systeem van de vereenvoudigde regularisering van akten en werken vrijgesteld van stedenbouwkundige vergunning. Daartoe zal een lijst worden opgesteld van de afwijkingen op de reglementering waarin ook de stedenbouwkundige inbreuken worden opgenomen die beantwoorden aan de criteria voor een goede inrichting van de ruimte. Via de goedkeuring van het vereenvoudigde dossier en de betaling van een forfaitaire vergoeding zal de gemachtigde ambtenaar de in die lijst opgenomen inbreuken binnen de 30 dagen regulariseren. Dat systeem zal slechts tot 2029 van kracht zijn.


6.3. Ruimtelijke ordening


De regering zal een nieuwe strategische visie 2030 op de ruimtelijke ordening ontwikkelen, met als doel de behoefte aan woningen, de milieuvereisten en de doelstellingen voor economische ontwikkeling beter op elkaar af te stemmen.


De regering versterkt haar alliantie rond een gedeelde visie op milieurechtvaardigheid, waarbij klimaatactie en betaalbaar wonen in balans worden gebracht. Zo zal ze de hervorming van de GSV en het GBP voortzetten. Tijdens de eerste 18 maanden zullen de ontwikkelingen van de sites Josaphat, Mijlenmeers, Keyenbempt en Kalevoetbos bevroren Na afloop van die termijn zal de regering de dossiers herbekijken. Ze zal bovendien een interpretatieve circulaire goedkeuren over de draagwijdte van het vonnis om het onderzoek van de vergunningsaanvragen voort te zetten en zal de toekenningstermijnen voor vergunningen voor de betrokken sites verlengen of opschorten. Tegelijkertijd worden de sites Wiels, Avijl en Donderberg beschermd als groene zone.


Met uitzondering van de als onontkoombaar geachte projecten, die worden voortgezet, zal de regering voor de gronden waarop projecten van de BGHM gepland zijn, nagaan welke voortzetting van de initiatieven die zich nog in een pril stadium bevinden aangewezen zijn. Ze zal dat doen via een analyse die ofwel leidt tot een voortzetting van de studies, ofwel tot de start van een partnerschap met de privésector, ofwel tot een bescherming van de grond.


De regering zal de verschillende plannen voor stadsvernieuwing (duurzaam wijkcontract, stedelijk beleid, schoolcontract, huizenblokcontract, SVC) samenvoegen tot twee grote instrumenten: het duurzaam wijkcontract en het SVC. Die instrumenten zullen het mogelijk maken om te bepalen in welke prioritaire wijken bijkomende maatregelen vereist zijn. In de instrumenten zullen voortaan binnen de betrokken zones ook de dimensies veiligheid en openbare netheid als structurele onderdelen worden opgenomen. Dat garandeert een algemene aanpak die stadsvernieuwing, sociaal beleid, veiligheid en netheid combineert. De stations vormen prioritaire zones voor die nieuwe herwaarderingsaanpak.


De regering verbindt zich ertoe de Audisite te herbestemmen en de industriezone zo snel mogelijk bruikbaar te maken, waarbij de industriële functie integraal behouden blijft. Binnen een met de sociale partners, de gemeenten en de gewestdiensten overlegd gewestelijk kader zal de site worden omgevormd tot een emblematische, duurzame economische pool die kwaliteitsvolle banen oplevert voor het gewest.


De regering zal Royale Union Saint-Gilloise ondersteunen wat betreft de bouw van een nieuw stadion op de Bemptsite in Vorst.


7. Versterkt veiligheids- en preventiebeleid


Net als andere grote steden wordt Brussel geconfronteerd met internationale drugshandel in handen van transnationale criminele netwerken. Die criminaliteit vertaalt zich in een toename van bepaalde vormen van geweld, die een grote impact hebben op het leven van de inwoners van bepaalde wijken. Die recente factoren komen overigens bovenop andere moeilijkheden, die samen een vruchtbare bodem vormen voor de ontwikkeling van kleine criminaliteit, onburgerlijk en agressief gedrag in de openbare ruimte of het openbaar vervoer.


Het gewest moet zijn bevoegdheden volledig uitoefenen en moet zijn rol als beheerder en veiligheidscoördinator ten volle opnemen, in het bijzonder in het kader van de regelgeving die het Brussels gewest op dat gebied een belangrijkere rol toekent.


De regering zal een geïntegreerde strategie volgen, die bestraffing en preventie combineert. De nadruk zal liggen op een gecoördineerde aanpak, nultolerantie tegenover criminele netwerken en een sterker ingrijpen via de administratieve sluiting van handelszaken die de openbare orde schaden.


In navolging van het federale voorbeeld zal de regering de functie van gewestelijk drugscommissaris in het leven roepen. Die gezagsfiguur zal een eengemaakte Brusselse strategie aansturen om eindelijk de scheidingen tussen het veiligheids-, het preventie- en het gezondheidsbeleid weg te halen. Als bevoorrechte gesprekspartner van de nationale commissaris garandeert hij de operationele doeltreffendheid van de strijd tegen de drugshandel en de schadelijke effecten ervan op het hele gewestelijke grondgebied. Een geïntegreerd plan moet zo snel mogelijk worden uitgevoerd, in het bijzonder op basis van het Globaal Veiligheids- en Preventieplan van safe.brussels. In dat kader zal het gewest een geïntegreerd gewestplan inzake drugs invoeren, dat is gericht op een ketenaanpak die een combinatie vormt van bestraffing, preventie, vroegtijdige opsporing en zorg/behandeling. Dat plan zal met name steunen op een grondige evaluatie van de aanpak via hotspots en de aanpassing daarvan indien nodig, terwijl tegelijkertijd de investeringen in begeleiding en zorg voor druggebruikers worden opgetrokken. Het zal eveneens een structureel antwoord bieden op de problematiek van de dakloosheid, rekening houdend met situaties van grote bestaansonzekerheid en het ontbreken van huisvesting. Het zal erop toezien gecoördineerde oplossingen te ontwikkelen die psychosociale begeleiding, toegang tot huisvesting en continuïteit van zorg combineren.


Het gewest zal een bijkomend bedrag van 10 miljoen euro investeren voor de beveiliging van de perimeter rond de stations op zijn grondgebied, in het bijzonder het Zuidstation en het Noordstation. Dat zal kaderen in een ruimere visie in verband met de hotspots, waarbij gebruik wordt gemaakt van bewakingscamera’s. In het kader van het verbeteren van de veiligheid zullen de systemen voor cameraregistratie van de lokale besturen geïntegreerd worden in het centrale camerasysteem van de federale politie om een algemene en gecoördineerde visie op de beelden te garanderen, binnen een duidelijk bestuurskader dat respect garandeert voor de bevoegdheden, de grondrechten en de geldende wettelijke bepalingen. In dat opzicht zal het videoplatform safe.brussels verplicht zijn systeem zo snel mogelijk op het centrale CGPI-platform aan te sluiten. Het algemene platform van safe. brussels zal moeten worden aangesloten op het cameraplatform geïntegreerd politiebeheer van de federale

politie.


Die middelen zullen ook moeten worden ingezet voor preventie. Het gewest zal dus de financiering optrekken voor zijn beleid inzake preventie en veiligheid, en zijn coördinatie-instrumenten uitbreiden. Voorts zal het gewest de oprichting stimuleren van een rekruterings- en opleidingscentrum dat het voor Brusselse vrouwen en mannen eenvoudiger maakt om zich kandidaat te stellen voor een veiligheidsberoep (brandweerpersoneel, securitypersoneel, politieagent, inspecteur, preventiemedewerker). De toegang tot die beroepen voor de Brusselse bevolking verbeteren is noodzakelijk voor de ontwikkeling van een nabijheidspolitie. Van zodra de fusie van de politiezones door het federale parlement wordt goedgekeurd, zal het gewest zich zal het gewest zich daar loyaal aan houden.


Voor de versterking van de wijkpolitie ligt de klemtoon op de ontwikkeling van plaatselijke steunpunten die aangepast zijn aan de behoeften van de wijken, in overleg met de gemeenten binnen de geïntegreerde politie.


Het gewest zal van de federale Staat een efficiënt vervolgingsbeleid eisen, op basis van het Globaal Veiligheids- en Preventieplan, en een versterking van het personeel van de politiezones en de essentiële diensten uit de veiligheids- en justitieketen waarvoor ze verantwoordelijk is (spoorwegpolitie, federale gerechtelijke politie, parket, douane en luchthavenpolitie, enzovoort).


Het gewest zal de gemeenten aanmoedigen om administratieve sancties te gebruiken.


De regering zal de strijd versterken tegen straatintimidatie, jeugdcriminaliteit, geweld tegen vrouwen en kinderen, de overlast door drugshandel en radicalisering, samen met de gemeenten. Wat de veiligheid van het openbaar vervoer betreft, zullen de actoren voldoende middelen krijgen om de preventie en veiligheid te versterken. Het personeel van de DBDMH zal tweemaal versterkt worden.


8. Een welvarende economie en een versterking van de aantrekkelijkheid van Brussel voor ondernemingen en voor zijn inwoners


De aantrekkelijkheid van Brussel zal centraal staan in het beleid. In de eerste plaats moeten we met de economische actoren in het Brussels Gewest, de hoofdstedelijke gemeenschap en de betrokken Brusselse administraties bepalen welke elementen de ondernemersdynamiek afremmen en een vereenvoudigingsplan voorstellen met concrete acties om de vastgestelde transversale hinderpalen (uitreiking van vergunningen, administratieve en fiscale complexiteit enzovoort) weg te werken zonder taboes.


Deze economische herstelstrategie die de sectoren ondersteunt waarin jobs worden gecreëerd voor Brusselaars – met name de horeca, de non-profit- en gezondheidssector, de thuishulp, bouw en renovatie, de culturele en creatieve industrie, de digitale sector en de circulaire economie – moet gericht zijn op een versterking van de opleidingen, de kwaliteit van de werkomstandigheden en de verloning van de werknemers, ongeacht of dat loontrekkenden of zelfstandigen zijn.


De regering engageert zich om de uitvoering te bevorderen van vernieuwende oplossingen die ontwikkeld worden in het Brusselse economische weefsel. Er zijn heel wat wijken die begeleid kunnen worden om hun potentieel helemaal waar te maken.


Om een ware investeringsschok uit te lokken, zal de regering het statuut invoeren van “stedelijke vrijzone” om de vestiging van nieuwe ondernemingen te ondersteunen, specifiek in het havengebied en op de site van Audi Vorst. Die industriële heroveringsstrategie berust op de gelijktijdige activering van drie machtige hefbomen voor nieuwkomers:

— Een fiscale hefboom: de Regering zal een mechanisme invoeren om de onroerende voorheffing en de registratierechten gericht te verlagen. Voor die voordelen zullen strikte voorwaarden gelden inzake de creatie van plaatselijke jobs, productieve investeringen en energieprestaties, met een voorkeur voor de omvorming van braakliggende terreinen tot duurzame industriële instrumenten. De voordelen zullen beperkt zijn in de tijd.

— Een administratieve hefboom: de investeerder zal een beroep kunnen doen op een eengemaakt loket (“Fast- Track”) voor alle administratieve handelingen (vergunning, milieu, mobiliteit, steun).

— Een menselijke hefboom: in partnerschap met Actiris wordt een bijzondere cel voor de stedelijke vrijzones opgericht. Zij moet een HR-oplossing op maat bieden aan de ondernemingen en op voorhand de nodige beroepsopleidingen organiseren om ervoor te zorgen dat de Brusselse werkzoekenden rechtstreeks toegang krijgen tot de nieuwe industriële beroepen.


De regering zal ook een echte ontwikkelingsstrategie voor de technologische sector uitwerken, om een sterk Brussels ecosysteem uit te bouwen. Finance.brussels en Innoviris zullen een geïntegreerde innovatieprocedure ontwikkelen voor de modernisering van het Brusselse economische weefsel, in samenwerking met de hogescholen, universiteiten en incubatoren. Het doel is om projecten te kunnen begeleiden vanaf hun conceptie tot hun volledige potentieel gerealiseerd is. Het Brussels Gewest zal met hub.brussels specifieke economische missies organiseren om buitenlandse investeringen in Brussel aan te trekken en met name om van Brussel de hoofdstad te maken van de kunstmatigeintelligentie.


De economische instrumenten zullen aangepast worden om de innovatie te stimuleren en de strategische rol van het Gewest en zijn economie te stimuleren. Innoviris zal zich daarvoor concentreren op zijn essentiële opdrachten en op gerichte technologische projecten. De strategie zal een prospectief gedeelte bevatten – het aantrekken van nieuwe investeringen – maar ook een reactief gedeelte: de begeleiding van de transformatie van de economie, met name via de oprichting van reconversiecellen, om ervoor te zorgen dat een gewestelijk industrieel beleid op langere termijn kan blijven bestaan.


De economische heroriëntatie zal berusten op de strategische ontwikkeling van het wetenschappelijk onderzoek bij de academische centra die in het Brussels Gewest aanwezig zijn, maar ook op een sterkere samenwerking met de naburige gewesten of andere Europese steden. Brussel heeft immers baat bij een open economie. De uitvoering van deze strategie kan leiden tot een aanpassing van het reglementaire kader. De steun aan het ondernemerschap en aan de ontwikkeling van economische activiteiten die positief zijn voor de uitstraling van het Brussels Gewest en de werkgelegenheid, zal intenser worden, met name door een sterkere financiering van de behoeften aan liquide middelen, een herstructurering van de begeleiding en een beleid van leningen tegen een lage interest voor ondernemers en kmo’s, in plaats van bepaalde premies die teveel neveneffecten veroorzaken.


De ecologische transitie van het Brusselse economische weefsel wordt voortgezet, door de ontwikkeling van een circulaire economie te stimuleren via de ontwikkeling van prioritaire ketens die de uitwisseling van expertise bevorderen en een nuttig hefboomeffect hebben. Daarbij moeten we rekening houden met de economische dimensie en een opwaartse spiraal creëren van toegevoegde waarde.


De toekomstige economische oriëntaties van het gewest moeten gebaseerd zijn op de bestaande economische krachten, met een bijzondere aandacht voor de internationale handel en de export. We moeten ook nieuwe kansen aangrijpen voor ontwikkeling en groei, zoals de sectoren van de artificiële intelligentie, de financiële technologieën, de gezondheidszorg of de culturele en creatieve industrieën, die een groot potentieel bieden voor economische en toeristische ontwikkeling (het beleid van citymarketing met inbegrip van het MICE-aanbod).


Met de troeven van Schuman, Mediapark en Kanal zal het Gewest zich positioneren als een hub op het vlak van govtech, creatieve economie en multimedia.


Een bijzondere aandacht zal ook gaan naar de ontwikkeling van diensten die beantwoorden aan de behoeften van het plaatselijke ecosysteem en van de internationale actoren die gevestigd zijn in onze hoofdstad, die ook de hoofdstad van Europa is.


Het toerismebeleid moet bijdragen tot de verbetering van het internationale imago en de attractiviteit van Brussel als Europese hoofdstad en nationale en internationale bezoekers aantrekken die bijdragen tot de economische ontwikkeling.


In die context wil de regering verder met de ontwikkeling van twee grootschalige projecten: Kanal en Brussels Expo. De regering gaat ervoor zorgen dat Kanal in goede omstandigheden de deuren kan openen en tegelijkertijd, in verband met een nieuw beheerscontract, een nieuwe benadering uitwerken, onder andere inzake partnerschappen, bestuur en financieel beheer. Initiatieven zoals Zinneke en BXL 2030, waarvan de bijdrage aan de sociale cohesie en de uitstraling van Brussels algemeen wordt erkend, zullen voor hun voortbestaan op regeringssteun kunnen rekenen. Zinneke Parade maakt trouwens integraal deel uit van het Brusselse erfgoed en moet daarom steun krijgen, net zoals de hele cultuursector.


De ontwikkeling van een geïntegreerd CONFEX-model (CONferentie + EXpositie) op de Heizel beantwoordt aan een structureel tekort aan hoogstaande congres- en expositie-infrastructuur en verbetert de internationale positie van Brussels als belangrijk economisch centrum. Het project zal helpen om grootschalige internationale evenementen, bedrijven en sectornetwerken aan te trekken, die op hun beurt aanzienlijke economische en toeristische meerwaarde en werkgelegenheid creëren. Het gewest zal het financieringsplan voor zijn rekening nemen, via de bestaande Neo-structuren en door een beroep te doen op externe en privéfinanciering.


Het gewest zal ook steun bieden aan vrouwelijke ondernemers en ondernemers met diverse achtergrond, ambachtslui en buurtwinkels, de sociale en solidaire economie, met name maatwerkbedrijven.


De sociale economie speelt een sleutelrol, in het bijzonder voor mensen die het verst van de arbeidsmarkt staan en dat is de reden waarom de regering daadkrachtig zal optreden om de sector te steunen. De regering zal de uitgaans- en de eventsector steunen door de hinderpalen waarmee ze worden geconfronteerd, weg te werken.


Er zullen specifieke initiatieven worden genomen om ten volle gebruik te maken van de onderwijsclusters en de ondernemingszin en -geest te stimuleren.


9. De milieu-, klimaat- en energie-uitdagingen aanpakken


Brussel zal resoluut zijn bijdrage leveren aan de doelstellingen van de Green Deal, het Klimaatakkoord van Parijs en de Europese verordening tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit. Daartoe zal de regering de Brusselse bevolking geregeld bij zijn klimaatbeleid betrekken, hoofdzakelijk via de Burgerraad voor het Klimaat.


In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het grootste deel van de CO2-uitstoot toe te schrijven aan de slechte isolatie van gebouwen (ongeveer 60% van de totale uitstoot). De regering zal een intensiever isolatiebeleid moeten voeren, met concrete maatregelen en duidelijke financiering. Dat beleid moet de isolatie van zowel private als openbare woningen ten goede komen en systematisch worden geanalyseerd en geëvalueerd.


Een collectieve en massale aanpak is broodnodig om gebouwen te isoleren en groene energie te produceren in de Brusselse wijken, in het bijzonder in zones voor stedelijke herwaardering.


De privésector moet net als de overheid een voortrekkersrol spelen in die transitie.


De regering zal ervoor zorgen dat de energiemarkt opnieuw aantrekkelijk wordt voor gebruikers en leveranciers. De productie van groene energie wordt gewestelijk aangemoedigd (energiegemeenschappen, warmtenetten, biogasproductie enzovoort), meer bepaald om de Europese doelstellingen waar te maken.


De verbetering van de luchtkwaliteit moet een van de doelstellingen van de ruimtelijke ordening (groenvoorzieningen) en het mobiliteitsbeleid blijven. Die verbetering moet gepaard gaan met betere informatieverstrekking en efficiënte monitoring.


De regering erkent dat innovatie door privébedrijven van cruciaal belang is in de strijd tegen klimaatverandering en verbindt zich ertoe de technologische ontwikkeling en innovatie te steunen door de toepassing ervan te vereenvoudigen.


Het drinkwaterbeheer moet ook een prioriteit blijven om de kwaliteit – en dus de financiering van de nodige behandelings- en zuiveringsinfrastructuur – te waarborgen en kwetsbare mensen te beschermen dankzij het sociale tarief en efficiënt beleid om verspilling en zware schuldenlasten te voorkomen. Vivaqua kampt met operationele uitdagingen en aanzienlijke schulden ten gevolge van de reparatie en de vervanging van de riolering.


Om de budgettaire houdbaarheid te waarborgen, zal het gewest een participatie in Vivaqua nemen. De regering zal in overleg met de betrokken waternutsbedrijven ook meer coherentie en synergie tot stand brengen. Bijzondere aandacht gaat naar het behoud van de biodiversiteit en de natuur in zijn geheel. Het komt erop aan het milieuaspect beter te integreren in teksten die het ruimtelijkeordeningsbeleid regelen, waaronder de doorlatendheid van de bodem, en een Natuurplan 2.0 op te stellen dat een echt Groen Pact voor Brussel moet worden.


De regering zal de aanleg van verscheidene openluchtzwemlocaties verder onderzoeken (en de volgende plannen bestuderen en eventueel uitvoeren: een natuurlijke zwemvijver in het Pedepark, met respect voor de biodiversiteit en de stedelijke context, een openluchtzwembad op het terrein van de Slachthuizen, een zwembad in het kanaal). De regering zal ook een haalbaarheidsonderzoek starten voor bewaakt zwemmen in het kanaal, in de eerste plaats in het zuiden van Brussel.


De strijd tegen geluidsoverlast door vliegtuigen is voor alle partners een prioriteit en er zal rekening worden gehouden met alle gezondheids- en economische aspecten.


10. Netheid


De regering zal Net Brussel uitbouwen tot een efficiënt, modern en transparant orgaan dat in staat is om te innoveren en zich voortdurend aan te passen aan structurele veranderingen op het vlak van management, financiën, technologie, sociologie en leefmilieu.


De organisatie van de afvalophaling zal worden geëvalueerd en indien nodig worden hervormd, met eerbiediging van het sociaal overleg. Daarbij zal de nadruk worden gelegd opde arbeidsomstandigheden, kwaliteit en veiligheid. Door het ritme van de afvalinzameling af te stemmen op de behoeften van de Brusselaars zullen de netheid en de afvalsortering en -valorisatie verbeteren. De afvalinzameling evolueert verder naar vrijwillige inzamelpunten en zal berusten op moderne vormen van inzameling, zoals ondergrondse containers en afvalcompressoren, met bijzondere aandacht voor professionals.


De bewustmaking en educatie rond openbare netheid zullen worden versterkt.


De sancties tegen overlast op het gebied van netheid en de strijd tegen sluikstorten zullen aanzienlijk worden verscherpt. De netheid van de openbare ruimte zal worden gewaarborgd door een doeltreffend beleid inzake bekeuringen voor sluikstorten en zwerfafval. De handhavingsdiensten zullen worden versterkt om overtredingen snel en systematisch vast te stellen en te bestraffen.


Net Brussel zal worden uitgerust met adequate digitale hulpmiddelen en zogenaamde ‘slimme’ oplossingen om de behandeling van klachten en de verwerking van processen-verbaal te versnellen. Ook wordt de onmiddellijke inning van boetes vergemakkelijkt. Er wordt een speciale snelle interventie-eenheid Netheid opgericht om in te grijpen in dringende gevallen (feesten en sportevenementen, massa-evenementen, ongevallen en onvoorziene omstandigheden).


Er komen bewakingspatrouilles om overlast actief op te sporen, evenals ‘gewestelijke netheidbrigades’ die met de gemeenten en de politiezones zullen samenwerken. De brigades zullen samengesteld zijn uit gewestelijke en gemeentelijke ambtenaren die over milieupolitiebevoegdheden beschikken om overtredingen vast te stellen en te beboeten.


Er zullen meer slimme camera’s worden geïnstalleerd om risicozones te bewaken.De regering zal de illegale invoer bestrijden van afval uit andere  gewesten en van restafval van handelszaken die geen contract hebben gesloten.


11. Een centrale plaats voor het welzijns- en gezondheidsbeleid


De Brusselaars hechten veel belang aan welzijns- en gezondheidsuitdagingen. De coronacrisis heeft aangetoond hoe belangrijk het is om het beleid voor de eerstelijnszorg en het aanbod in de geestelijke gezondheidszorg te versterken. Te weinig gezinnen hebben toegang tot een huisarts.

In het welzijns- en gezondheidsbeleid zullen de coördinatie en de verdeling van taken en opdrachten worden geoptimaliseerd. Door de afstand tussen de vele beleidsinitiatieven en instellingen verder te dichten, wordt de samenhang van het beleid gewaarborgd. Het Geïntegreerd Welzijns- en Gezondheidsplan zal worden voortgezet, door duidelijke prioriteiten, doelstellingen en actiemiddelen te bepalen.


De regering zal het preventiebeleid en de eerstelijnszorg versterken, met name in wijken met een tekort aan gezondheidswerkers, en dit in constructief overleg met de andere beleidsniveaus om een coherent optreden te waarborgen.


Er worden lokale gezondheidsmaatregelen ontwikkeld in alle wijken, met specifieke aandacht voor bepaalde kwetsbare doelgroepen en in overleg met alle betrokken actoren. Die lokale aanpak zal rekening houden met preventie en met gezondheidsbevordering, met inbegrip van de ‘health in all policies’-benadering. Het lokale beleid zal steunen op bestaande ‘outreach’-initiatieven om de doelgroepen die het verst verwijderd zijn van de sociale en medische voorzieningen beter te bereiken. Zo zullen er bijvoorbeeld medibusjes worden ingezet om de preventie in de wijken te versterken. Het aanbod van perinatale zorg zal worden versterkt door specifieke multidisciplinaire begeleiding van toekomstige ouders, onder wie kwetsbare zwangere vrouwen. Het gezondheidsbeleid moet bij voorkeur op preventie gericht zijn. Er moet worden ingespeeld op alle factoren die een invloed hebben op de gezondheid. Doorheen het hele beleid wordt er dan ook uitgegaan van een transversale gezondheidsbenadering. Zo zal er ook een vlottere dialoog tot stand komen tussen de verschillende actoren en zal hun complementariteit groeien.


Om de toegankelijkheid en het aanbod van de eerstelijnszorg te versterken, zal de regering multidisciplinaire structuren ondersteunen, zoals medische centra, ziekenhuisdiensten of rusthuizen en alternatieven daarvoor (openbare assistentiewoningen, cohousing, enz.). Er zal steun gaan naar multidisciplinaire diensten voor geestelijke gezondheidszorg en revalidatiecentra, met bijzondere aandacht voor de publieke sector en de verenigingen. Daarnaast zal er ook worden ingezet op maatregelen die de universele en onvoorwaardelijke toegang tot gezondheidszorg garanderen, of zij nu van de overheid of van een vereniging uitgaan, conform het principe van evenredig universalisme.


Omdat het engagement van zorgprofessionals van essentieel belang is, zal er bijzondere aandacht gaan naar de erkenning en aantrekkelijkheid van de zorgberoepen.


Om de openbare opdracht van bepaalde Brusselse ziekenhuizen te ondersteunen, zal er meer financiële steun gaan naar de opvang en opvolging van de meest kwetsbare patiënten.


De strijd tegen de onderbenutting van rechten en zorg wordt een transversaal thema van het welzijns- en gezondheidsbeleid. De daadwerkelijke effectiviteit van de bestaande rechten zal worden gewaarborgd door een vereenvoudiging van de procedures en betere informatie aan de bevolking.


Ouderen en zorgbehoevende personen moeten zoveel en zo lang mogelijk de kans krijgen om thuis te blijven wonen. De gewestelijke beleidsvoornemens omvatten daarom ook de structurele ondersteuning van mantelzorgers, waarbij wordt ingezet op respijtzorg en administratieve vereenvoudiging. Het gezondheidsbeleid en de sociale cohesie zullen daarnaast ook worden bevorderd door de promotie van lichaamsbeweging.


Op het gebied van geestelijke gezondheid moet de prioriteit liggen bij preventie, door de risicofactoren aan te pakken en concrete en ambitieuze initiatieven te nemen op het gebied van de bevordering en begeleiding van de geestelijke gezondheid. Er zal ook gewerkt worden aan de uitbreiding van het aantal bedden. Wat de verslavingsproblematiek betreft, zal de regering zorgen voor de begeleiding van personen met een verslaving door hun een ontwenningsprogramma aan te bieden.


Om dakloosheid te bestrijden, zal de regering inzetten op de preventie van uithuiszettingen en op de versterking van initiatieven zoals sociale verhuurkantoren en Housing First.


12. Sociale samenhang als cement van het gewest


De regering wil binnen het gewest een open dialoog voeren over samenleven en sociale samenhang. De verschillende Brusselse wijken worden ontwikkeld. Daarbij wordt ware gelijkheid onder burgers gegarandeerd. Centraal staan de bestrijding van kinderarmoede, van schoolmoeheid en van dak- en thuisloosheid. Er gaat bijzondere aandacht naar eerstelijnshulpverleners die de wijken in trekken: zij moeten in goede arbeidsomstandigheden en in een stabiel team kunnen werken.


Acties om de digitale kloof te verkleinen worden afgestemd op maatregelen die toegang garanderen tot rechten en openbare dienstverlening.


Sportinfrastructuur moet voor iedereen toegankelijk zijn: lichamelijke activiteit wordt beschouwd als een preventieve stap naar fysieke en mentale gezondheid. Daarnaast promoot de regering ook culturele activiteiten, wil ze bruggen helpen bouwen tussen jonge Brusselaars en gaat ze de strijd aan tegen discriminatie. In die zin werkt sociale cohesie direct in op sociale parameters en wordt het een hefboom om ongelijkheid weg te werken.


Het idee van de ’tienminutenstad’ krijgt concrete vorm: de Brusselse wijken krijgen een boost door een beleid waarin stadsvernieuwing, evenwichtige stedelijke verdichting, kwaliteitsvolle openbare ruimte en toegang tot kwaliteitsvolle infrastructuur en groene ruimten centraal staan. Wijken worden gerenoveerd om de veiligheid te verbeteren en het samenleven te bevorderen.


De strijd tegen schooluitval wordt een belangrijk speerpunt voor de regering. Ook eenoudergezinnen krijgen bijzondere aandacht. Door gecoördineerde acties worden de barrières geslecht waar zij in hun dagelijks leven tegenaan lopen (toegang tot huisvesting, tot werk enzovoort).


Het gewest zal een voorbeeldfunctie vervullen met betrekking tot de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit diverse internationale instrumenten. Het gaat om instrumenten die maatregelen verplicht maken inzake de uitbanning van alle vormen van geweld tegen vrouwen en voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. In dat verband worden meerdere maatregelen genomen, zoals:

— Het overwegen van een noodknop op het Brusselse openbaar vervoer;

— opleidingen voor alle leidinggevenden van sportfederaties en bewustmakingscampagnes voor het personeel van sportclubs;

— de jeugd bewustmaken van genderstereotypen;

— preventieve opleidingen voor de horeca en het uitgaansleven;

— steun aan organisaties die werken met plegers van seksistisch en seksueel geweld, en het brede publiek bewustmaken van de ernst van zulke vormen van geweld;

— ontwikkeling van een zogenaamd ‘starterspakket’ ten behoeve van vrouwen die onder partnergeweld lijden. De regering ziet erop toe dat de openbare ruimte veilig en vrouwvriendelijk is. Dat doet ze door:

— bij elke herinrichting van de openbare ruimte na te gaan of er uitgegaan is van gelijke kansen;

— nog meer straten en openbare plekken te vernoemen naar vrouwen;

— een verbod op seksistische en vrouwonvriendelijke reclame op te nemen in alle gewestelijke en gemeentelijke

stedenbouwkundige reglementen en in alle privébouwprojecten;

— steevast verkennende maatregelen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte aan bod te laten

komen in de besluitvorming;

— een geïntegreerde genderaanpak te hanteren (met gendermainstreaming en genderbudgettering).


Het genderperspectief zal ook meespelen in de strijd tegen dak- en thuisloosheid, met vluchtmogelijkheden voor vrouwen, in het bijzonder via opvanghuizen voor dakloze vrouwen. In opvanghuizen voor dakloze vrouwen of slachtoffers van geweld wordt actief gestreden tegen menstruatiearmoede.


Er komt een evaluatie van de actieplannen tegen geweld op vrouwen en tegen lgbtqia+-personen, tegen racisme en antisemitisme en tegen sociaal isolement. Zo nodig werkt de regering een nieuw actieplan uit.


Er gaat bijzondere aandacht naar personen met een handicap. Daarbij komt de nadruk te liggen op de realisatie van toegankelijke stedelijke voorzieningen en op de toegankelijkheid van openbare gebouwen en diensten. Ook de toegang tot werk krijgt een sterke focus.


De non-profitsector vormt een pijler van de sociale cohesie in Brussel. Bij het vaststellen van de financierings- en overlegkaders (de non-profitovereenkomst) zal rekening worden gehouden met de stabiliteit en aantrekkelijkheid ervan.


De gemeenten spelen een cruciale rol in de sociale cohesie en de bestrijding van ongelijkheid en armoede en fungeren als een motor van de welvaart van het gewest en zijn burgers. Daarom zal het gewest zorgen voor een duurzame financiering van de gemeenten en de OCMW’s.

13. Een sterk tweetalig gewest


Brussel is een meertalig, internationaal gewest waar talenkennis een strategisch voordeel inhoudt, zowel voor de stad als voor haar inwoners. Voor Brusselaars is de toegang tot openbare dienstverlening in hun taal in de eerste plaats een grondrecht. Dit recht moet in de praktijk beter worden gegarandeerd. Respect voor de tweetaligheid van de gewestelijke overheidsdiensten, van de GGC-instellingen en van de erkende instanties is van essentieel belang voor het vertrouwen in de overheid en voor de kwaliteit van de dienstverlening, ook in noodsituaties en in de zorgsector.


De voltallige regering promoot actief tweetaligheid van het gewest, onder meer in haar communicatie en door een voorbeeldrol te spelen. Leidinggevende ambtenaren zullen uitdrukkelijk bewust worden gemaakt van het belang van tweetalige dienstverlening.


Om deze ambitie waar te maken, zal er een masterplan voor tweetaligheid worden uitgewerkt. Dat plan zal een positief en stimulerend taalbeleid betreffen, met voldoende middelen om taallessen te organiseren, kandidaten te begeleiden en voor te bereiden op taalexamens. Personeelsleden zullen actief worden aangemoedigd om de tweede landstaal te leren en om de nodige taalcertificaten te halen.


De gemeenten en OCMW’s zullen op een positieve en actieve manier worden begeleid om een traject te volgen voor de verbetering van de tweetaligheid van de diensten. De huidige gerichte trajecten en taalopleidingen, die in het bijzonder door het Huis van het Nederlands worden verstrekt, zullen worden voortgezet en versterkt.


In overleg met de Vlaamse Gemeenschap zullen er bijzondere inspanningen worden geleverd om te voorzien in een toereikend, kwalitatief aanbod van NT2-lessen (Nederlands als tweede taal). Die zullen dienen als hefboom naar werkgelegenheid, een geslaagde schoolcarrière en sociale participatie.


In de gezondheidszorg komen er bijkomende investeringen om ten minste de toegankelijkheid van zorg in de twee officiële talen te garanderen. De regering verbindt zich ertoe om ervoor te zorgen dat elk door de GGC erkend ziekenhuis in Brussel een taalbeleidsplan indient en organisatorisch garandeert dat de dienstverlening effectief tweetalig is.


 
 
 

1 Comment

Rated 0 out of 5 stars.
No ratings yet

Add a rating
lojobakic43
13 hours ago

Ik stel de zorgvuldig gedocumenteerde bijeenkomst op prijs. De toenemende invloed van online entertainmentplatforms op de toegankelijkheid van content wordt als een gunstige ontwikkeling beschouwd. Op de website is nadere informatie over dit onderwerp beschikbaar. De nadruk op de participatie van gebruikers versterkt de analyse.

Roobet Casino voor online entertainment

Like
bottom of page